Kalkaanslag > kalk en hard water
Kalkaanslag, kalk, kalksteen of ketelsteen. Andere namen voor dezelfde substantie, namelijk calciumcarbonaat (CaCO3). Kalk ontstaat vooral tijdens het verhitten van hard water. De hardheid van water drukken we uit in dH (Duitse graden) en is indicatief voor de opgeloste hoeveelheid calcium- en magnesiumionen. Deze ionen zorgen dat er kalkaanslag wordt gevormd:In hard water zit veel potentiële kalkaanslag in de vorm van het redelijk oplosbare calciumbicarbonaat: Ca(HCO3)2. Hierdoor zijn er veel calcium- (Ca2+) en waterstofcarbonaationen (HCO3) aanwezig. Bij het verwarmen ontwijkt kooldioxide en ontstaat kalkaanslag(s):
Ca2+(aq) + 2 HCO3-(aq) CaCO3(s) + H2O(l) + CO2(aq)
> Lees verder...
Kalk > de chemische reacties
De in een vorige post genoemde reactie, bij de vormng van kalk is in feite een samenstelling van twee evenwichtsreacties:Reactie 1:
Carbonaat waterstofcarbonaat evenwicht
De HCO3- ionen reageren met zichzelf:
HCO3- + HCO3- H2CO3 + CO32-
Het gevormde H2CO3 is onstabiel en valt uiteen in CO2 [koolzuurgas] en H2O [water]. Door het water te verwarmen neemt de oplosbaarheid van het koolzuurgas in water af en verdwijnt uit het water. Het bovenstaande chemisch evenwicht probeert het verdwenen CO2 aan te vullen, en zorgt ervoor dat er nieuw CO2 gevormd wordt. Het chemisch evenwicht verschuift naar rechts, volgens het principe van Le Châtelier, omdat door het aanvullen van het CO2 er ook CO32- wordt gevormd. Doordat dit niet uit de reactie verdwijnt, neemt de concentratie van de CO32- ionen toe.
> Lees verder...
