Kalk en hard water

Kalkaanslag, kalk, kalksteen of ketelsteen. Andere namen voor dezelfde substantie, namelijk calciumcarbonaat (CaCO3). Kalk ontstaat vooral tijdens het verhitten van hard water. De hardheid van water drukken we uit in dH (Duitse graden) en is indicatief voor de opgeloste hoeveelheid calcium- en magnesiumionen. Deze ionen zorgen dat er kalkaanslag wordt gevormd:

In hard water zit veel potentiële kalkaanslag in de vorm van het redelijk oplosbare calciumbicarbonaat: Ca(HCO3)2. Hierdoor zijn er veel calcium- (Ca2+) en waterstofcarbonaationen (HCO3) aanwezig. Bij het verwarmen ontwijkt kooldioxide en ontstaat kalkaanslag(s):

Ca2+(aq) + 2 HCO3-(aq) CaCO3(s) + H2O(l) + CO2(aq)

Nadelen kalk vorming

  • Kalkaanslag heeft zeer isolerende eigenschappen waarmee het dus warmte opneemt. De eerste 3 mm kalkaanslag zorgt al voor een rendementsverlies van 15%. Neemt deze laag toe tot 6 mm dan zal dit oplopen oplopen tot 50%.
  • Kalk deeltjes in het water reageren met zeep. Hierdoor is er bij een waterhardheid van 14 dH bijna 2.5 kg extra waspoeder nodig voor elke 1000 liter water.
  • Kalk hecht zich aan bijna alle oppervlaktes die in contact komen met hard water. Zo vormen de witte vlekken zich op ramen, kranen, auto’s en servies.

 

Kijk hieronder voor meer informatie over kalkaanslag